Algemeen

Reptielen (Reptilia) of kruipdieren vormen een klasse van koudbloedige, gewervelde dieren.

Reptielen komen over de gehele wereld voor behalve in heel koude gebieden zoals de polen en de toppen van bergen. Er zijn meer dan 10.200 moderne soorten.

Daarnaast zijn er vele uitgestorven vertegenwoordigers beschreven, bekend uit fossielen, zoals de in zee levende Mosasaurus die ook in het huidige Nederland gevonden is. Een belangrijke uitgestorven groep zijn de dinosauriërs (met uitzondering van de vogels) en de vliegende reptielen zoals de pterosauriërs. Deze diergroepen domineerden tot zesenzestig miljoen jaren geleden de Aarde, inclusief het luchtruim. Ze verschilden in bouw vaak sterk van de huidige reptielen want ze waren meestal warmbloedig.

Reptielen worden vaak in één adem genoemd met de amfibieën, hoewel het hier twee zeer verschillende diergroepen betreft. Amfibieën hebben een permeabele huid en geen schubben, in tegenstelling tot de reptielen. Het belangrijkste verschil met de amfibieën is echter het ontbreken van een larvaal stadium bij alle reptielen.

Reptielen zijn globaal onder te verdelen in Krokodilachtigen (Crocodilia), Schildpadden (Testudines), Hagedissen (Lacertilia) en Slangen (Serpentes).

Algemeen Krokodilachtigen

De krokodilachtigen (Crocodilia), krokodillen of pantserreptielen zijn een orde van reptielen die sterk aan het water aangepast zijn en in tropische en subtropische gebieden leven. Alle soorten zijn waterbewoners die goed kunnen zwemmen, maar ook regelmatig het land betreden.

Krokodilachtigen zijn bij het grote publiek bekend vanwege de relatief grote lichaamslengte, de unieke kenmerken en de bijzondere leefwijze. Krokodilachtigen zijn met geen enkele diergroep te verwarren, zelfs niet met andere reptielen. Ze kunnen twee tot zeven meter lang worden en een gewicht bereiken van meer dan duizend kilo. Omdat alle soorten sterk aan het water zijn aangepast, hebben ze enkele bijzondere kenmerken, zowel uiterlijke kenmerken als inwendige aanpassingen. Voorbeelden zijn de zware bepantsering van schubben met onderliggende beenplaatjes en het sterk ontwikkelde spijsverteringsstelsel. Krokodilachtigen zijn vleeseters die een breed scala aan prooien eten, maar voornamelijk leven van vis.

Schildpadden (Testudines) zijn een orde van reptielen waarvan alle soorten gekenmerkt worden door een vaak stevig en bolvormig schild.

Schildpadden kunnen sterk verschillen in grootte, kleuren en levenswijze maar zijn gemakkelijk te onderscheiden van alle andere reptielen door het uitwendige schild. Alle schildpadden hebben een benig schild aan zowel de buikzijde (plastron) als de rugzijde (carapax), in tegenstelling tot alle andere moderne reptielen zoals krokodilachtigen, hagedissen en slangen. Het schild is meestal voorzien van een tweede pantser, het hoornschild. Het rugschild is met het buikpantser verbonden door een benen brug aan weerszijden van het lichaam.

Schildpadden planten zich meestal jaarlijks voort en zijn zonder uitzondering eierleggend. Ze groeien snel als ze jong zijn maar ontwikkelen zich zeer langzaam. Grotere schildpadden zijn pas na enige tientallen jaren volwassen, dergelijke soorten kunnen echter ook zeer oud worden. Op het menu staat zowel dierlijk als plantaardig materiaal, afhankelijk van de soort.

Er zijn ongeveer 340 verschillende soorten schildpadden, verdeeld over veertien families.

Schildpadden komen over de hele wereld voor in uiteenlopende biotopen, zoals bossen, graslanden, moerassen en zeeën. Tientallen soorten zijn ernstig bedreigd door menselijke activiteiten. De belangrijkste bedreigingen zijn het vernietigen van de habitat en het verzamelen van wilde schildpadden voor consumptie of de dierenhandel.

Schildpadden
Hagedissen

Hagedissen (Lacertilia) vormen een onderorde van de schubreptielen (Squamata), die meer dan zesduizend soorten telt. Hagedissen zijn daardoor de grootste groep van alle moderne reptielen. Ze zijn ontstaan in het Trias, maar goede fossielen zijn pas bekend uit het Jura. De slangen ontstonden in het Krijt uit een groep van de hagedissen. Hoewel slangen dus evolutionair gezien tot de hagedissen behoren, worden ze hier verder niet behandeld vanwege de afwijkende fysiologie en levenswijze.

Hagedissen blijven meestal klein, de meeste soorten worden inclusief staart niet groter dan 50 centimeter en slechts weinig soorten bereiken een lengte van meer dan één meter. De meeste hagedissen zijn groen tot bruin van kleur en hebben een afgeplat lichaam met een duidelijk te onderscheiden kop en staart en vier goed ontwikkelde poten. Een aantal groepen heeft echter een cilindrisch lichaam en gedegenereerde poten, enkele soorten hebben alleen voorpoten en een aantal groepen is geheel pootloos, dergelijke hagedissen kunnen gemakkelijk met slangen worden verward.

De kleuren en diverse aanpassingen van het lichaam kunnen heel verschillend zijn. Een aantal hagedissen heeft lichaamsuitsteeksels zoals stekels, kammen, hoorntjes, kragen of zweefvleugels. De kameleons hebben een sterk zijdelings afgeplat lichaam met verschillende zeer kenmerkende aanpassingen.

Hagedissen zijn koudbloedig en nemen graag een zonnebad om zich op te warmen, zodat ze sneller kunnen bewegen en efficiënter jagen en vluchten. Hagedissen eten overwegend insecten en andere geleedpotigen, grotere soorten eten soms gewervelden of schakelen over op planten. Ze eten plaagdieren zoals huiskrekels, sprinkhanen en kakkerlakken.

Er worden tegenwoordig 38 verschillende families erkend. De levenswijze van hagedissen is zeer variabel en hangt veelal samen met de familie waartoe een soort behoort. Gekko’s bijvoorbeeld zijn meestal ’s nachts actief en leven in bomen, terwijl de echte hagedissen overdag actief zijn en op de bodem leven. Beide groepen kennen echter ook weer uitzonderingen, zoals dagactieve gekko’s en klimmende echte hagedissen.

Enkele bekendere families van hagedissen zijn leguanen, varanen, anolissen, hazelwormen en skinken.

Slangen (Serpentes) zijn een groep van aan hagedissen verwante reptielen die behoren tot de orde schubreptielen (Squamata). Alle soorten worden gekenmerkt door een naar verhouding zeer lang en dun lichaam en het ontbreken van ledematen. Slangen zijn duidelijk te onderscheiden van alle andere dieren en de meeste andere reptielen als krokodilachtigen, schildpadden en brughagedissen. Met sommige groepen van hagedissen is het onderscheid echter niet zo duidelijk.

Er zijn ongeveer 3600 verschillende soorten slangen beschreven, waarvan ongeveer 15% giftig is. Slangen bewegen zich altijd voort op de buik en de huid is geheel bedekt met schubben. Andere typische kenmerken zijn het ontbreken van beweegbare oogleden en de aangepaste gepaarde organen als de longen en de nieren.

Slangen komen vrijwel wereldwijd voor en de verschillende soorten leven in uiteenlopende habitats. Omdat ze koudbloedig zijn, leven de meeste soorten in warmere streken. Een aantal soorten is aangepast aan het leven in extreem droge omgevingen, zoals woestijnen. Er zijn echter ook slangen die ondergronds leven en veel graven of juist sterk zijn aangepast aan een leven in waterige milieus zoals rivieren, meren en zelfs in de zee.

Slangen zijn door hun lang onbegrepen levenswijze en gedrag en hun vermeende, maar vaak overschatte giftigheid een symbool van het kwaad. In de Bijbel duikt de slang op als een vertegenwoordiger van de duivel in het verhaal van Adam en Eva. Er is inmiddels veel bekend over de levenswijze, de taxonomie en de voortplanting van slangen. Slangen werden ooit als zustergroep van de hagedissen beschouwd, maar inmiddels is bekend dat slangen evolutionair gezien zijn ontstaan uit een groep binnen hagedissen.

Snake